The Blog


Sinds 2009 is er een groep belastingplichtigen die een steeds lagere algemene heffingskorting krijgt uitbetaald. Het gaat om gezinssituaties waarbij bijvoorbeeld de man (laten we hem Frans noemen) inkomen heeft en de vrouw (Gerda) niet of een beperkt inkomen heeft waarbij ze niet haar recht op heffingskortingen zelf kan benutten. Gerda heeft dan recht op de zogenaamde “aanrechtsubsidie”; uitbetaling van de algemene heffingskorting op voorwaarde dat Frans voldoende belasting betaald. De uitbetaling  wordt in 15 jaar afgebouwd en zal in 2024 nihil bedragen. In 2015 kan nog slechts 53,33% van de heffingskorting uitbetaald worden. In het jaar 2015 kan dan bijvoorbeeld het nadeel ten aanzien van de algemene heffingskorting € 949 netto bedragen. Overigens geldt deze beperking alleen voor belastingplichtigen zonder inkomen of met weinig inkomen die zijn geboren ná 31 december 1962.

Frans bezit 100% van de aandelen in een B.V. en heeft een positieve winstreserve. Fiscaal gezien is Frans in de mogelijkheid om dividend uit te keren aan zichzelf. De laatste jaren was er geen noodzaak om dit toe doen, omdat het inkomen uit loondienstverband toereikend is. Inmiddels is er een uitkeerbare winstreserve van € 60.000. Indien Frans besluit om in 2015 nog een dividenduitkering te doen vanuit de B.V. van bijvoorbeeld € 10.000 kunnen zij deze inkomsten aan Gerda toebedelen. Box 2 inkomen mag tussen fiscale partners onderling verdeeld worden. Hierdoor heeft Gerda zelf fiscaal inkomen en is de verlaging van de algemene heffingskorting niet van toepassing. Het netto belastingvoordeel  bedraagt € 949. Dat is snel verdiend!

In de wet inkomstenbelasting is een zogenaamde “scheidingsregeling” opgenomen. Kortweg houdt deze in dat de (mede-)eigenaar van de woning nog twee jaar na het moment dat de woning is verlaten recht op  hypotheekrenteaftrek heeft. Dit geldt alleen als de achtergebleven ex-partner in de woning blijft wonen. In het jaar van vertrek (bijvoorbeeld op 1 mei 2013) is er nog een mogelijkheid om samen als fiscaal partner aangifte te doen over 2013. Uiteraard enkel indien beide partners nog on speaking terms zijn kan die optie in beide aangiften worden aangevinkt. Op die wijze is er eventueel nog tariefvoordeel te behalen als er een inkomensverschil is tussen de ex-partners.

Een veelvoorkomende situatie is de volgende. De man (Frits) verlaat de gezamenlijke woning en blijft de volledige hypotheekrente  betalen. De vrouw (Bernadette) heeft het woongenot. Zij zijn dat ook zo overeengekomen in het scheidingsconvenant. Frits dient dan de eerste 2 jaren zijn aandeel als eigenwoningrente op te geven en 50% van het eigenwoningforfait aan te geven. De betaalde rente voor het deel van Bernadette is aftrekbaar als betaalde partneralimentatie. Bernadette  geeft haar deel van het eigenwoningforfait aan. Bernadette dient vervolgens het deel van het eigenwoningforfait van Frits als alimentatie in natura op te geven. Ook de door Frits betaalde hypotheekrente namens Bernadette is ontvangen partneralimentatie in natura en kan Bernadette tegelijkertijd als hypotheekrente aftrekken.

Het wordt anders als niet Frits maar Bernadette de woning heeft verlaten en de achterblijver, in casu Frits, de volledige rente blijft betalen. De woning wordt door Frits bewoond terwijl deze te koop staat. Na de verkoop willen de partners de verdeling formeel regelen. Frits heeft volgens de geldverstrekker net niet voldoende inkomen om de hypotheekschuldvolledig over te nemen. De geldverstrekker wil daarom Bernadette niet uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ontslaan.  Na het verstrijken van de twee jaren “scheidingsregeling” sinds 1 mei 2013 is de woning per 1 mei 2015 nog steeds voor 50% van Frits en voor 50% van Bernadette en staat deze nog steeds te koop. Frits betaalt de volledige hypotheekrente. Na de verstreken twee jaren mag dan nog slechts 50% van de hypotheekrente in aftrek worden gebracht bij hem. Voor haar is het niet meer de eigen woning waarop recht van hypotheekrenteaftrek bestaat. Ook zijn ze geen fiscale partners meer want Bernadette is sinds 1 mei 2013 bij haar moeder ingetrokken. Alleen in 2013 kon nog gekozen worden voor fiscaal partnerschap voor het hele jaar.

In dergelijke situaties is het verstandig om tijdig belastingadvies in te winnen. Mogelijk is de “tijdelijke regeling leegstand bij verkoop” nog van toepassing waardoor er nog een periode renteaftrek genoten kan worden. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren.