Nieuws en blog


Normaliter is de gangbare praktijk dat de uitkeringen vanuit een stamrechtvoorziening vallen binnen de huwelijksgemeenschap indien de uitkeringen zijn gestart voorafgaand aan de beëindiging van het huwelijk. Zijn de uitkeringen niet gestart, dan valt het stamrechtkapitaal buiten het huwelijk.

In de casus die is voorgelegd aan de Hoge Raad speelt het volgende. Man en de vrouw zijn met elkaar in 1974 gehuwd in algemene gemeenschap van goederen. Op 25 maart 2005 dient de vrouw bij de rechtbank het verzoek in om te scheiden van haar man. In 2007 wordt de man ontslagen en krijgt hij recht op een ontslagvergoeding van circa€ 282.000,- bruto. Dit bedrag wordt ondergebracht in de stamrecht-bv van de man, waarvan de man enig aandeelhouder en bestuurder is; diens aandelen vallen in de huwelijksgoederengemeenschap. Op grond van de stamrechtovereenkomst maakt de man aanspraak op periodieke uitkeringen die strekken tot vervanging van inkomsten.

In 2013 verzoekt de vrouw een echtscheiding en daarbij de verdeling van de goederengemeenschap. Er ontstaat tussen partijen een discussie over de vraag of de ontslagvergoeding, zoals deze is ondergebracht in de stamrecht BV, onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap. Volgens de vrouw is dat het geval; volgens de man is dit niet het geval en zijn de aanspraken op periodieke uitkeringen op een bijzondere wijze aan uitsluitend hem verkocht (art. 1:94 lid 3 BW) en vallen zij hierdoor buiten de gemeenschap.

De rechtbank heeft het stamrecht kapitaal geheel aan de man toebedeeld. Het hof heeft dat eveneens gedaan omdat enkel de gelden die vóór ontbinding van het huwelijk zijn uitgekeerd in de huwelijksgemeenschap vallen en de man tot dat moment nog geen periodieke uitkering had ontvangen. De vrouw is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.

In cassatie klaagt de vrouw over het oordeel van het hof dat de gelden die eerst tot uitkering komen na de ontbinding van de gemeenschap aan de man zijn verknocht en dat, nu vaststaat dat de man nog geen enkele periodieke uitkering uit de stamrecht-bv heeft ontvangen, zij daarop geen aanspraak kan maken.

De Hoge Raad acht – net zoals A-G Langemeijer – de klacht gegrond en stelt daartoe voorop dat uitgangspunt in cassatie is dat de beëindigingsvergoeding dient om toekomstig gederfd inkomen van de man te vervangen (rov. 3.3.2). Vervolgens beantwoordt de Hoge Raad de vraag of deze aanspraak van de man verknocht is als bedoeld in art. 1:94 lid 3 BW (rov. 3.3.3). In dat verband is vaste rechtspraak dat de verknochtheid van een goed afhangt van de aard van dat goed, waarbij maatschappelijke opvattingen van belang zijn.

Daarop verwijst de Hoge Raad naar een arrest uit 2008, waarin het ging om een ontslagvergoeding, waarvan het bedrag door de werkgever was gestort onder een verzekeringsmaatschappij (HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9080, NJ 2009/41). In die zaak werd geoordeeld dat uit een stamrechtverzekering voortvloeiende aanspraken van vóór de ontbinding in de huwelijksgemeenschap vallen en nadien ontstane aanspraken erbuiten. Deze later ontstane aanspraken strekken immers tot vervanging van het inkomen dat de echtgenoot bij voortzetting van de dienstbetrekking zou hebben genoten en in dat geval zou de aanspraak op voor nog te verrichten arbeid te ontvangen loon evenmin in de gemeenschap zijn gevallen. De Hoge Raad overweegt voorts dat deze regel ook geldt wanneer een ontslagvergoeding is ingebracht in een – door de werknemer opgericht en beheerste – stamrecht-bv, ondanks dat de echtgenoot in dat geval zelf het tijdstip en de hoogte van de periodieke uitkeringen kan bepalen. De Hoge Raad acht de strekking van de uitkering (die gelijk is bij storting onder een verzekeringsmaatschappij als onder een stamrecht-bv) daartoe doorslaggevend.

Gelet op het voorgaande overweegt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte van belang heeft geacht dat de man nog geen enkele periodieke uitkering uit de stamrecht-bv had ontvangen (rov. 3.3.4). Het hof had daarentegen moeten onderzoeken in hoeverre de aanspraak van de man jegens de stamrecht-bv zag op de periode vóór of na ontbinding van het huwelijk.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam, waar deze vraag alsnog aan de orde zal worden gesteld.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de zaak behandeld van een gewezen werknemer vanwege de belastbaarheid van een aanvullende ontslagvergoeding. In 2013 heeft deze meneer een ontslagvergoeding ontvangen die onder de toenmalige stamrechtvrijstelling viel. In 2014 heeft hij tijdens een gerechtelijke procedure een aanvullende ontslagvergoeding toegewezen gekregen vanwege kennelijk onredelijk ontslag.

De vraag is of deze aanvullende ontslagvergoeding valt onder de stamrechtvrijstelling uit 2013 en dus ook onbelast verstrekt mocht worden. De rechtbank heeft beslist dat dit niet het geval is. De redenatie hiervoor is dat de aanvullende ontslagvergoeding na 1 januari 2014 is ontvangen, na afschaffing van de stamrechtvrijstelling. Er wordt geen koppeling gemaakt tussen de eerder, wel onbelaste vergoeding, gemaakt uit 2013.

De uitspraak leest u hier :

ECLI:NL:RBZWB:2016:3032, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, BRE – 15 _ 1165

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.Op 13 oktober 2014 heeft de ex-werkgeefster van belanghebbende, [A BV], gevestigd te [plaats X] (hierna: de ex-werkgeefster), een (aanvullende) ontslagvergoeding aan belanghebbende uitbetaald onder inhouding van loonheffing op basis van de tabel bijzondere beloningen.

1.2.Belanghebbende heeft bij brief van 30 oktober 2014 bezwaar gemaakt tegen de in 1.1 vermelde inhouding van loonheffing. De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 januari 2015 de inhouding gehandhaafd.

1.3.Belanghebbende heeft daartegen bij fax van 27 februari 2015 beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 45.

1.4.De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.Partijen hebben voor de zitting nadere stukken ingediend, welke telkens in afschrift zijn verstrekt aan de wederpartij.

1.6.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2016 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Maastricht, en namens de inspecteur, [verweerder].

1.7.De inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan belanghebbende. Van het verder ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift bij deze uitspraak is gevoegd.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.De arbeidsovereenkomst tussen de ex-werkgeefster en belanghebbende is per [datum] 2013 formeel ontbonden, maar feitelijk per direct beëindigd op [datum] 2013. Belanghebbende heeft in mei 2013 een ontslagvergoeding ontvangen van € 154.955 bruto die met goedkeuring van de Belastingdienst met toepassing van de stamrechtvrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) en dus zonder inhouding van loonbelasting is gestort in [B BV] (hierna: de stamrecht-BV).

2.2.Het verzoek aan de inspecteur om te bevestigen dat de stamrechtvrijstelling van toepassing was op de ontslagvergoeding van € 154.955, is gedaan bij brief van 4 april 2013. De inspecteur heeft nadere informatie gevraagd die belanghebbende heeft verstrekt bij brief van 25 april 2013. In die brief heeft belanghebbende ook aan de inspecteur gemeld dat hij voornemens was om, nadat het bedrag van de ontslagvergoeding was uitbetaald, een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag tegen de ex-werkgeefster op te starten. In die procedure is bij vonnis van 21 augustus 2014 door kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant onder meer een aanvullende ontslagvergoeding toegekend van € 305.000 bruto (hierna ook: de aanvullende ontslagvergoeding). Belanghebbende heeft de inspecteur vervolgens bij brief van 28 augustus 2014 verzocht te bevestigen dat ook op dit bedrag de stamrechtvrijstelling van toepassing was, omdat de betaling voortvloeide uit het ontslag in 2013. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. De ex-werkgeefster heeft de aanvullende ontslagvergoeding op 13 oktober 2014, onder inhouding van € 158.600 loonheffing, overgemaakt naar een bankrekening van de stamrecht‑BV.

2.3.De civiele kamer van Hof ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 1 september 2015 de aanvullende ontslagvergoeding verminderd tot € 271.494,69.

3 Geschil

3.1.Tussen partijen is in geschil of terecht loonheffing is ingehouden bij de uitbetaling van de aanvullende ontslagvergoeding. Meer specifiek richt het geschil zich op de vraag of de stamrechtvrijstelling moet worden toegepast.

3.2.Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd ter zitting en in de van hen afkomstige stukken.

3.3.Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en teruggaaf van € 158.600 aan loonheffing. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.Op grond van artikel 10 van de Wet LB is, voor zover van belang, loon al hetgeen uit een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking wordt genoten. Tot het loon behoren aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen. De stamrechtvrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel g van de Wet LB, op grond waarvan, onder voorwaarden, aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon niet tot het loon behoorden, is vervallen per 1 januari 2014 (Belastingplan 2014, Stb. 2013, 565, artikel V, onderdeel B).

4.2.

Bij het vervallen van de stamrechtvrijstelling is in artikel 39f, eerste lid van de Wet LB de volgende overgangsregeling opgenomen (Belastingplan 2014, Stb. 2013, 565, artikel V, onderdeel I):

“Met betrekking tot op 31 december 2013 bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel g, en 37, zoals die op 31 december 2013 luidden, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, zoals dat op 31 december 2013 luidde, blijven de artikelen 10, vijfde lid, onderdelen b en c, 11, eerste lid, onderdeel g, en vierde lid, 11a, 19b, achtste lid, 32bb, zesde en achtste lid, en 37, zoals die op 31 december 2013 luidden, alsmede de daarop gebaseerde bepalingen, van toepassing.”

4.3.

In de Nota naar aanleiding van het verslag van 21 oktober 2013 bij het Belastingplan 2014 wordt over het begrip ‘bestaande aanspraken’ het volgende opgemerkt (Kamerstukken II 2013/14, 33752, nr. 11, p. 51):

“Voor de kwalificatie als een bestaande aanspraak is van belang of de aanspraak reeds op 31 december 2013 voldoende bepaald is en aan de wettelijke voorwaarden voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) voldoet. De datum waarop het ontslag plaatsvindt is derhalve niet de beslissende factor. In het algemeen zal pas worden overgegaan tot de toekenning van een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als het ontslag vaststaat. Op dat moment zal in beginsel ook de storting van de koopsom plaatsvinden.”

4.4.

In een brief van de staatssecretaris van Financiën van 8 november 2013 wordt het volgende opgemerkt (Kamerstukken II 2013/14, 33752, nr. 21, p. 4):

“Diverse leden hebben verzocht om de voorwaarden die ik in het wetgevingsoverleg genoemd heb voor de afbakening van een op 31 december 2013 bestaand stamrecht ook in een brief uiteen te zetten. Ten eerste is het essentieel dat de aard en omvang van de vrijgestelde stamrechtaanspraak op 31 december 2013 voldoende bepaald of bepaalbaar is. Dit betekent dat vóór 1 januari 2014 een stamrechtovereenkomst getekend dient te zijn. Hieruit moet blijken dat de ex-werkgeefster aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. De periodieke uitkeringen mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dit is conform de wettelijke regeling voor de stamrechtvrijstelling. Ten tweede dient uit die overeenkomst tevens te blijken dat het bedrag ter financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht. En ten derde dient op 31 december 2013 de ontslagdatum vast te staan. Dit betekent niet dat de ontslagdatum in 2013 gelegen dient te zijn. Het ontslag moet wel aangezegd zijn vóór 1 januari 2014 en binnen een korte termijn uitgevoerd worden. Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn (met een maximum van 6 maanden). (…) Aanspraken die aan deze drie voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor de toepassing van het overgangsrecht voor de stamrechtvrijstelling.”

4.5.

Voorts heeft de staatssecretaris van Financiën tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2014 in de Eerste Kamer het volgende opgemerkt (Handelingen I 2013/14, 17 december 2013, nr. 14, item 2, p. 15):

“Voor het overgangsrecht is het ten eerste essentieel dat de aard en de omvang voor de vrijgestelde stamrechtaanspraak op 31 december 2013 voldoende bepaald of bepaalbaar zijn. Dus dat betekent dat de vaststellingsovereenkomst getekend moet zijn. Uit die vaststellingsovereenkomst moet blijken dat de ontslaguitkering aangewend wordt voor een stamrecht en dat de financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht.”

4.6.De rechtbank zal eerst beoordelen of de aanvullende ontslagvergoeding is genoten in 2013 of in 2014. Indien de vergoeding is genoten in 2013, is niet in geschil dat de stamrechtvrijstelling kan worden toegepast. Artikel 13a Wet LB bepaalt dat loon wordt beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het (a) betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld of rentedragend wordt, dan wel (b) vorderbaar en tevens inbaar wordt. Naar het oordeel van de rechtbank is voor de aanvullende ontslaguitkering geen genietingsmoment in 2013 aan te wijzen. Dat belanghebbende recht had op een aanvullende ontslagvergoeding en tot welk bedrag, is immers pas in 2014 bij rechterlijke uitspraak komen vast te staan.

4.7.Nu de stamrechtvrijstelling per 1 januari 2014 is afgeschaft, kan deze derhalve alleen nog worden toegepast op de aanvullende ontslagvergoeding indien de in 4.2 bedoelde overgangsregeling van toepassing is. Dat is het geval indien belanghebbende tot het bedrag van de aanvullende ontslagvergoeding op 31 december 2013 een aanspraak had op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Nu er op 31 december 2013 geen uitspraak was in de door belanghebbende bij de kantonrechter gestarte procedure tegen, noch overeenstemming met de ex-werkgeefster over de aanvullende ontslaguitkering, had belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank op die datum nog geen aanspraak op de aanvullende ontslagvergoeding en daarmee evenmin op periodieke uitkeringen ter vervanging daarvan.

4.8.Aan hetgeen in 4.7 is overwogen doet niet af dat belanghebbende in 2013 het voornemen tot het starten van een kennelijk onredelijke ontslagprocedure bekend had gemaakt, nu deze procedure pas daadwerkelijk is gestart op 24 februari 2014, de datum van de dagvaarding. Belanghebbende heeft in 2013 zelfs geen vordering bij de ex-werkgeefster neergelegd die zou kunnen resulteren in een periodieke uitkering. Aan hetgeen in 4.7 is overwogen doet evenmin af dat de door de civiele rechter van het Hof toegekende ontslagvergoeding (zie 2.2 en 2.3) is berekend op basis van gederfd en te derven loon en de hoogte daarvan dus in 2013 naar objectief recht bepaalbaar was. Dat kan niet tot de conclusie leiden dat op 31 december 2013 reeds een aanspraak als bedoeld in de overgangsregeling bestond. Uit de in 4.3 tot en met 4.5 weergegeven wetsgeschiedenis valt niet af te leiden dat de wetgever een ruimere uitleg van de overgangsregeling heeft beoogd dan uit de tekst voortvloeit.

4.9.Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot het oordeel dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is. Terecht is daarom op de uitkering van de aanvullende ontslagvergoeding loonheffing ingehouden.

4.10.Belanghebbende heeft voor dat geval betoogd dat sprake is van een onredelijke en onbillijke uitkomst, nu de aanvullende ontslagvergoeding voortvloeit uit het ontslag in 2013. Dat betoog kan hem niet baten. In artikel 11 van de Wet van 1829, Stb. 28, houdende Algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk, is voorgeschreven dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en dat hij in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet mag beoordelen. Voorts kent de fiscale wetgeving geen bepaling zoals de civielrechtelijke wetgeving (artikel 6:2 BW) op grond waarvan een wettelijke regel buiten toepassing blijft voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Voor de door belanghebbende bepleite reflexwerking bestaat geen grondslag. De rechtbank is dan ook niet bevoegd een juiste wetstoepassing op grond van de redelijkheid en billijkheid achterwege te laten. Dat ligt anders indien de wet in strijd zou zijn met enig internationaal verdrag waaraan Nederland zich heeft verbonden, maar niet is gesteld noch is de rechtbank gebleken dat van dit laatste in het onderhavige geval sprake is.

4.11.Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 20 mei 2016 door mr. M.R.T. Pauwels, voorzitter, mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr. M.W.C. Soltysik, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A. Riemens, griffier.

echtscheidingHebt u besloten om te gaan scheiden, in dat geval kunnen wij u juridisch ondersteunen bij het afwikkelen van uw echtscheiding. Wij kunnen de echtscheiding begeleiden indien u samen tot een oplossing wenst te komen. Wij helpen u bij het maken van de juiste keuzes op fiscaal, vermogensrechtelijk en financieel gebied. Bij een echtscheiding komen alle financiële onderwerpen aan de orde; simpelweg omdat u over bijna ieder onderwerp afspraken dient te maken. Deze afspraken worden vastgelegd in een zogenaamd echtscheidingsconvenant. Onderstaand treft u uitleg aan over onze werkwijze.

Kennismaking

Tijdens het eerste kosteloze kennismakingsgesprek nemen wij samen met u de procedure van het echtscheidingstraject door en geven u informatie over de verwachte doorlooptijden van het proces. De kosten van de werkzaamheden hangen af van uw persoonlijke situatie. De tijd die wij investeren in het kennismakingsgesprek is voor onze rekening. Onderstaand leest u de meest gestelde vragen tijdens dit gesprek :

  • Wie blijft in de woning wonen?
  • Waar gaan de kinderen wonen?
  • Wat wordt het inkomen na scheiding?
  • Wat kost een echtscheiding?

Inventariseren

In de tweede fase van de echtscheiding gaat uw scheidingsbemiddelaar inventariseren. Hij of zij zal u allerlei vragen stellen, wat nodig is om de scheiding goed te kunnen regelen. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie is er veel informatie nodig.

  • Inkomen uit loondienst of onderneming?
  • Een hypotheek of huurwoning?
  • Gehuwd of geregistreerd partner?
  • Verdeling van vermogen en goederen?

Analyseren en adviseren

In de derde fase van de echtscheiding gaat de bemiddelaar de gegevens analyseren. Er wordt advies verstrekt op basis van de wensen van beide partners. Per vakgebied kunnen er deskundigen worden ingeschakeld. Hij of zij bespreekt het advies, stemt jullie wensen op elkaar af en stuurt bij waar nodig. Daarnaast toetst de bemiddelaar uw verzoeken aan de wetgeving, redelijkheid en billijkheid.

  • Vermogensoverzicht & boedelverdeling
  • Fiscaliteiten
  • Alimentatie
  • Ouderschapsplan
  • Echtscheidingsconvenant

Rechtbank of Notaris

In de vierde fase van de echtscheiding wordt alles op papier gezet en stuurt onze administratie de documenten naar de advocaat, die ze indient bij de rechtbank. Bij samenwonenden stuurt uw bemiddelaar de stukken naar de notaris.

  • Stukken naar advocaat
  • Rechter doet uitspraak
  • Notaris legt afspraken vast

Inschrijving gemeentelijke registers

In de vijfde fase gaat het om de inschrijving van gemeentelijke registers. Na de rechtbankuitspraak is de echtscheiding namelijk pas definitief als deze is ingeschreven in de gemeentelijke basis administratie. De advocaat stuurt de rechtbank beschikking naar de gemeente.

  • Advocaat stuurt stukken naar gemeente
  • Banken/verzekeraars eisen inschrijvingsbewijs

Nazorg

Onze taak als scheidingsbemiddelaar eindigt niet nadat de scheiding is ingeschreven. In de laatste fase van de scheiding draait het dan ook om de nazorg en evaluatie. Zaken worden voor beide partners afgehandeld.

  • Informeren banken, verzekeraars en pensioenfonds
  • Evaluatie scheidingsproces

Ook kunnen onze financieel adviseurs het hoofdelijk ontslag van de hypotheek regelen. Formeel heet dit ‘ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek’. Hiermee regelt u dat de vertrekkende partner niet meer aangesproken kan worden door de bank voor betalingsachterstanden. Dit is een belangrijk onderdeel van het proces omdat u vaak als vertrekkende partner geen weet meer hebt of invloed hebt op betalingen rondom de hypotheek.

Bij voorkeur spreken wij vaste betaalbare tarieven af voor het compleet regelen van uw echtscheiding. Wij stellen afhankelijk van uw wensen een pakket samen waar binnen alle onderdelen van de echtscheiding worden geoffreerd.

Wij werken landelijk en bezoeken u ook in de avonduren. Liever afspreken op één van onze kantoren? Dat kan natuurlijk ook. Wij zijn gevestigd in Amsterdam, Drunen, Hilversum, Wassenaar en Zevenbergen. Bij interesse neemt u dan contact op met : info@cournot.nl of ons landelijk telefoonnummer 0168-327702.

 

Bij het verliezen van een dierbare komt er veel op u af om te regelen. Vaak ontstaan deze gebeurtenissen plotsklaps en wordt u overvallen door emoties. Wij kunnen u bijstaan bij het afhandelen van diverse administratieve zaken rondom het overlijden van uw dierbaren. In sommige gevallen is hier een overheidsinstantie bij betrokken die u actief zelf dient te informeren conform wetgeving. Hierbij kunt u denken aan de volgende zaken.

Is er een testament?

Voor veel mensen is het lastig om vooraf te bespreken wat er moet gebeuren bij een eventueel overlijden. Overleg samen welke zaken je zelf al hebt geregeld en wat je wensen zijn. Is er een uitvaartverzekering aanwezig, een testament opgesteld, wie krijgt de voogdij over de kinderen et cetera?

Met een testament wijs je zelf je erfgenamen aan en bepaal je wie welk deel krijgt. Via het centraal testamentenregister vraag je deze op. Een notaris maakt een Verklaring van Erfrecht op. Deze verklaring kunt u nodig hebben om toegang te krijgen tot bankrekeningen van de overledene of om documenten te wijzigen die op naam van de overledene staan.

Meld een overlijden bij de gemeente

Met behulp van Verklaring van overlijden van de arts kunt u de Akte van overlijden bij de gemeente aanvragen. U kunt dit zelf doen maar ook overlaten aan de uitvaartverzorger. De gemeente verwerkt dit in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), die ook melding maakt van overlijden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het UWV en de Belastingdienst. Deze overheidsdiensten worden dan automatisch van het overlijden op de hoogte gesteld.

Informeer pensioeninstantie van de overledene

Breng pensioeninstantie van de overledene op de hoogte en vraag een eventueel nabestaandenpensioen aan. Controleer ook of er een partnerpensioen is via pensioenkijker.nl of mijnpensioenoverzicht.nl.

Vraag een ANW-uitkering/Weduwepensioen aan

De SVB stuurt automatisch bericht aan weduwen, weduwnaren en partners met geregistreerd partnerschap als zij in aanmerking komen voor de Algemene Nabestaandenwet (zgn. ANW-uitkering). Stellen die samenwonen moeten zelf een aanvraag indienen.

Heb je recht op toeslagen?

Als uw partner komt te overlijden, verandert er vaak het nodige in het inkomen. Vaak wordt het inkomen lager en is het verstandig opnieuw te kijken of u recht hebt op bepaalde regelingen via berekenuwrecht.nl. Ontving de overledene de toeslag op zijn naam? Dan zet de Belastingdienst de toeslag stop en moet u dit opnieuw aanvragen.

Vraag een wezenuitkering aan

Kinderen tot 16 jaar kunnen een wezenuitkering ANW krijgen als ze geen ouders meer hebben. Een kind krijgt alleen een wezenuitkering als de ouder die het laatst overleden is, verzekerd was voor de ANW. Een ouder was verzekerd als hij of zij in Nederland woonde of werkte. Ook kinderen van 16 tot 21 kunnen een wezenuitkering krijgen. Daarvoor moeten ze aan extra voorwaarden voldoen.

Neem contact op met de hypotheekverstrekker bij een eigen woning

Bij het afsluiten van de hypotheek wordt vaak een overlijdensrisicoverzekering afgesloten. Bij overlijden kan de nabestaande dan met (een deel van) dat geld de hypotheek aflossen. Vaak stelt dat hem of haar in staat in de woning te blijven wonen. Neem hiervoor contact op met uw hypotheekverstrekker. Ook wij kunnen uw hypotheek onder de loep nemen en tevens beoordelen of er besparingsmogelijkheden zijn. Meld ook aan het Kadaster dat de hypotheekinschrijving op uw naam moet komen te staan.

Erven van een woning

Indien u een woning erft dient u in sommige gevallen een aangifte erfbelasting in  te dienen. De grondslag voor de waarde van de te erven woning is de WOZ-waarde. Wij kunnen deze aangifte verzorgen en eventueel de WOZ-waarde laten corrigeren indien blijkt dat deze te hoog is.

Informeer verzekeringen en andere instanties

Bij overlijden moeten allerlei instanties op de hoogte worden gesteld om een eventuele overeenkomst te beëindigen of aan te passen. De tenaamstelling moet worden aangepast als rekeningen hetzelfde blijven. Sommige worden automatisch doorgegeven, bijvoorbeeld door de gemeenten aan de SVB, UWV en Belastingdienst.Denk aan:- Belastingdienst (Inkomstenbelasting en Toeslagen)- Gemeente- Uitkeringsinstanties- Werkgever en pensioenfonds-Verzekeringsmaatschappijen (denk aan diverse polissen zoals inboedel, aansprakelijkheidsverzekering etc.)- Bank, creditcardmaatschappijen, beleggingsinstellingen- Hypotheekverstrekker of woningcorporatie- Verenigingen, scholen- Energiebedrijf, telefoonmaatschappij, goede doelen- Abonnementen tijdschriften, kranten

Lijfrenteverzekeringen / bankspaarrekening

Indien er lopende lijfrenteverzekeringen afgesloten zijn door de overledene dan is sommige gevallen recht op periodieke uitkering. Wij kunnen u helpen dit te onderzoeken.

Voor meer hulp bij de afhandeling van deze zaken, waaronder belastingzaken, helpen wij u graag verder. Voor meer informatie : info@cournot.nl of 0168-327702. Wij werken landelijk en een bezoek aan huis behoort ook tot de mogelijkheden.

actiebuttonDe rekening-courant of lening aan de dga van uw BV is een speerpunt in de jaarlijkse controle door de belastingdienst in 2016.

Heeft uw BV geld uitgeleend aan uzelf in de vorm van een hypotheek of onderhandse lening? Net als bij een bank dient de lening op enig moment terugbetaald te worden en dient de lening aan zakelijke voorwaarden te voldoen.

Wanneer is er dan sprake van onzakelijk handelen? Volgens de belastingdienst en vaste rechtspraak op dit punt is dit het geval indien de lening niet aan zakelijke voorwaarden voldoet en indien u zich niet aan de betalingsafspraken houdt.

De lening dient dus te voldoen aan zakelijke voorwaarden welke ook aan een derde gesteld zouden worden die in vergelijkbare omstandigheden verkeert. Wij raden u dan ook aan om deze voorwaarden vast te leggen in een leningovereenkomst. Op deze wijze kunt u hierdoor latere misverstanden voorkomen. Hieronder sommen wij een aantal zaken op waaraan getoetst dient te worden :

  • Is de lening schriftelijk vastgelegd in een leningsovereenkomst?
  • Hebt u met de BV afspraken gemaakt over terugbetalen van de lening?
  • Biedt u de BV voldoende zekerheden?
  • Hebt u met de BV een zakelijke rente afgesproken?
  • Kan de BV aan haar verplichtingen blijven voldoen als u de lening opneemt?
  • Zou de BV de lening ook onder dezelfde voorwaarden hebben verstrekt aan een derde die in vergelijkbare omstandigheden verkeert?

Stel dat een bank u geen lening zou verstrekken vanwege uw inkomenssituatie, maar u verstrekt zichzelf wel een lening vanuit de BV dan zou de belastingdienst zich op het standpunt kunnen stellen dat er sprake is van onzakelijk handelen.

Ook kunt u bij uw stamrecht BV een aflossingsvrije lening afsluiten. De stamrecht BV heeft dan minder zekerheid dat de lening wordt terugbetaald. De BV zal, net als een bank, aanvullende zekerheden vragen. U kunt ervoor kiezen om de lening aan het eind van de looptijd in één keer terug te betalen. Als u dat afspreekt met uw stamrecht BV, hebt u een aflossingsvrije lening. Doordat u de lening pas aan het eind van de looptijd terugbetaalt, heeft de stamrecht BV minder zekerheid dan wanneer de lening in termijnen wordt terugbetaald. Het is daarom zakelijk om aanvullende voorwaarden op te nemen.

Gebruikelijke aanvullende voorwaarden:

  • U betaalt de rente in termijnen.
  • Het rentetarief is hoger dan de marktrente voor leningen die u in termijnen terugbetaalt.
  • De waarde van de zekerheid is hoger dan bij een lening die u in termijnen terugbetaalt.

Verstrekt u namens de stamrecht BV een lening welke bijvoorbeeld de hypotheek op uw woonhuis vervangt in dat geval verlangt de belastingdienst dat u een hypotheekakte inschrijft op het onderpand. U kunt dit in de meeste gevallen ook achteraf laten vestigen.

Het risico wat u loopt bij onzakelijk handelen is dat de fiscus de lening beschouwt als inkomsten. In de meeste gevallen leidt een dergelijk geschil tot extra belastingheffing indien u onzakelijk handelt. De reden hiervan is dat u feitelijk de beschikking hebt over het geld van uw stamrecht BV dat is bestemd voor uw pensioen, stamrecht of lijfrente. Er wordt dan verondersteld dat dit een afkoop van één van deze onderdelen is waardoor de complete regeling direct belast wordt en daar bovenop kan dan zogeheten revisierente verschuldigd zijn.

Overigens kunt u ook besluiten een zogenaamde rekening-courant met uw stamrecht BV aan te houden. De behandeling hiervan is (fiscaal) anders dan van een lening.

Heeft u twijfels of uw stamrecht BV voldoet aan de regels welke de belastingdienst stelt kunt u ons gerust om advies vragen. Een quickscan is kosteloos en vrijblijvend. Ook kunnen wij u helpen bij het opstellen van een leningovereenkomst of het inschrijven van een hypotheekakte. Wij hanteren vaste lage tarieven.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van onze dienstverlening dan vernemen wij deze graag! Bel of mail ons op 0168-327702 / info@cournot.nl.

Met vriendelijke groet,

Auteur mr. drs. J. (Julian) Langkemper LL.M RB

 

Box III vermogen verlagen

Uiteraard kunt u voor de peildatum 1 januari 2016 voorgenomen grote uitgaven en/of schenkingen doen om het box III vermogen te verlagen. U kunt het vermogen per 1 januari 2016 echter ook verminderen door al in 2015 hypotheekrente vooruit te betalen. In 2015 is het hoogste tarief voor aftrek van hypotheekrente ook nog eens hoger (51%) dan in 2016 (50,5%). Het moet wel gaan om hypotheekrente die betrekking heeft op maximaal de eerste zes maanden van 2016. Enerzijds heeft u dan in de IB aangifte 2015 meer hypotheekrenteaftrek, anderzijds wordt uw box III vermogen voor de aangifte 2016 verlaagd.

Heeft u nu juist een lage hypotheek – waarbij de jaarlijkse hypotheekrente minder is dan het eigenwoningforfait – dan heeft u geen voordeel aan hypotheekrente aftrek. U kunt dan beter door aflossing van deze hypotheek uw box III vermogen verlagen.

Lagere bijtelling

De tarieven voor de bijtelling worden vanaf 2016 aangescherpt. Indien u nog dit jaar een auto koopt of leaset op de zaak, kunt u nog 5 jaar profiteren van de huidige tarieven voor de bijtelling. Let op: de kosten voor een oplaadvoorziening van uw (semi)elektrische auto zijn ook aftrekbaar van de winst.

Renteaftrek terug geschonken rente ouders

De Hoge Raad heeft beslist dat de verschuldigde rente voor een eigen woning lening die door bijvoorbeeld ouders wordt terug geschonken, wel aftrekbaar is als deze “hypotheekrente” wel eerst is betaald.

Voorkom belastingrente

U kunt belastingrente over de door u verschuldigde belasting voorkomen door in het lopende belastingjaar voor de inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting alvast een voorlopige aanslag aan te vragen indien u verwacht over het 2016 belasting te moeten betalen.

Urenregistratie

U komt slechts in aanmerking voor de ondernemersfaciliteiten als zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en eventueel startersaftrek indien u minimaal 1225 uur per kalenderjaar aan uw onderneming besteed. Momenteel is onderdeel van een juridische discussie of reistijd hierbij meetelt. De laatste stand (Hof Den Haag) is dat u de reistijd mee kunt tellen.

Vooral bij ondernemers die een lage omzet hebben en/of een parttime baan naast de ondernemersactiviteiten is het urencriterium een aandachtspunt voor de fiscus. Het is dan ook zaak uw uren goed bij te houden, bijvoorbeeld in een excelbestand, zodat u deze prompt kunt overleggen bij eventuele vragen of een boekenonderzoek.

Willekeurige afschrijving starters

Startende ondernemers kunnen gebruik maken van een willekeurige afschrijving, waardoor het zelfs mogelijk is in één keer tot de restwaarde af te schrijven. Door forse afschrijvingen kan een verlies ontstaan dat zorgt voor een lagere belast inkomen. Dit inkomen kunt u dan samen met twee voorliggende jaren weer gebruiken voor middeling om inkomstenbelasting uit eerdere jaren terug te vragen. Er is wel enig pas en meetwerk vereist, omdat u met verlies ook eventuele ondernemersfaciliteit wellicht niet volledig kunt benutten.

Niet-betalende debiteuren?

Indien debiteuren oninbaar blijken kunt u de reeds afgedragen btw bij de belastingdienst terug vragen. Dit mag niet via een suppletie of een gewone btw aangifte, maar moet via een brief worden aangevraagd. Dit moet één maand na het aangiftetijdvak waarin bekend is geworden dat de vordering oninbaar is. Wij raden daarbij aan de betreffende factuur bij te voegen.

Suppletie aangifte btw

Heeft u te veel of te weinig btw afgedragen in 2015? Dan dient dit zo snel mogelijk gecorrigeerd te worden door een vrijwillige verbetering, of wel een suppletie. Bij een afwijking van minder dan € 1.000,- mag u dit doen in het eerstvolgende aangiftetijdvak.

Voor hogere bedragen kunt u een formulier downloaden op de site van de belastingdienst of zijn wij u uiteraard graag van dienst. Met een vrijwillige verbetering voorkomt u een eventuele boete (10%) en heffingsrente. Let op: de belastingdienst is bezig met een landelijke actie en controleert dus intensief op eventuele openstaande belastingschulden.

Praktische tip voor de jaarstukken van uw onderneming en/of BV

Bij veel banken kunt u de mutaties slechts tot maximaal 18 maanden terug downloaden. De jaarstukken worden vaak enige tijd na het boekjaar opgemaakt. U kunt er voor zorgen dat er een deel van de bankmutaties van het boekjaar niet meer te downloaden is door op 31 december van een boekjaar alvast een pdf van de mutaties (1 januari tot en met 31 december) te downloaden. U heeft dan altijd de adequate informatie voor ons beschikbaar. Vooruitlopend op het digitaal verwerken van bankmutatie kunt u de mutaties naast pdf ook in de bestandsvormen MT940 of CSV opslaan. Denkt u eraan dit voor al uw betaal- en spaarrekeningen te doen?

beach houseBij het kopen van een huis doet u er verstandig aan een vastgoeddeskundige zoals een aankoopmakelaar in de arm te nemen. Wij kopen wekelijks huizen aan voor onze opdrachtgevers. Ook hier werken wij met vaste betaalbare tarieven en gaan wij samen met u uw droomwoning aankopen!

Het kopen van een huis of bedrijfspand is niet voor iedereen een dagelijkse bezigheid. Gemiddeld verhuist iemand eens in de zeven jaar. Nog sterker, verhuizen eindigt steevast in de top 3 van meest stressvolle momenten in een mensenleven. Het kan onzekerheid opleveren, bijvoorbeeld over de bouwtechnische staat of een goede onderhandelingsstrategie. Typisch een moment waarbij emotie de overhand kan krijgen boven de ratio.

Het is een gegeven dat het beste resultaat niet tot stand zal komen in een stressvolle emotionele situatie. Dan is het verstandiger om een professional in te huren. Beschikt u over stalen zenuwen en kennis van de woningmarkt dan is het uiteraard mogelijk om zelf de aankoop te verzorgen van uw woning. U kunt dan net als ons een enthousiast gevoel krijgen op het moment dat een aankoop doorgaat!

Het doel van de (huizen-) koper is natuurlijk een prettige woning voor een zo laag mogelijke aankoopprijs met zo  veel mogelijk zekerheid.  Zekerheid over bijvoorbeeld “verborgen gebreken”, de juiste prijs en juridische consequenties van de aankoop. Veel mensen kiezen daarom voor begeleiding van een aankoopmakelaar. Deze behartigt het belang van de koper; zeg maar een stuk extra zekerheid!

Bespaar kosten op uw aankoopbegeleiding

Waarom zou u de aankoopbegeleiding aan onze makelaars overlaten? Wij werken op basis van no-cure no-pay. Dit is even simpel als doeltreffend, immers u betaalt alleen voor deze dienst indien er een positieve prestatie wordt geleverd. Wordt er geen huis gekocht om welke reden dan ook dan heeft u geen kosten aan onze aankoopmakelaar. Tegen een vaste vergoeding vanaf € 1.150 euro inclusief BTW, kunt u rekenen op de volgende voordelen van onze aankoopbegeleiding:

  • Wij werken onafhankelijk van de verkoper
  • Geen emotionele band met de woning
  • Mogelijkheid tot bouwtechnische keuring
  • Begeleiding van A tot Z
  • Beloning naar prestatie, geen aankoop dan ook geen kosten
  • Deskundig en ervaren
  • Mogelijkheid tot hypotheekadvies via 1 aanspreekpunt
  • Juridische check van de woning
  • Koopovereenkomst wordt door ons opgesteld dan wel juridische gecontroleerd
  • Wij maken kosteloos bezwaar tegen de WOZ-waarde
  • Wij streven naar het beste onderhandelingsresultaat waardoor de beste koopprijs tot stand komt

Standaard module

Plus module

Top module

⍟ Quickscan waarde woning ⍟ Quickscan waarde woning Quickscan waarde woning
⍟ Tweede bezichtiging ⍟ Tweede bezichtiging ⍟ Tweede bezichtiging
⍟ Aankoopstrategie bespreken ⍟ Aankoopstrategie bespreken ⍟ Aankoopstrategie bespreken
⍟ Onderzoek naar positie verkoper ⍟ Onderzoek naar positie verkoper ⍟ Onderzoek naar positie verkoper
⍟ Juridisch onderzoek object ⍟ Juridisch onderzoek object ⍟ Juridisch onderzoek object
⍟ Onderhandelingen voeren ⍟ Onderhandelingen voeren ⍟ Onderhandelingen voeren
⍟ Koopakte redigeren ⍟ Bouwtechnische keuring begeleiden ⍟ Bouwtechnische keuring begeleiden
⍟ Controleren documenten notaris ⍟ Koopakte redigeren ⍟ Koopakte redigeren
⍟ No cure no pay ⍟ Controleren documenten notaris ⍟ Aanwezig tijdens ondertekening akte
⍟ Aanwezig tijdens oplevering woning ⍟ Controleren documenten notaris
⍟ Aanwezig tijdens notariële overdracht ⍟ Aanwezig tijdens oplevering woning
⍟ No cure no pay ⍟ Aanwezig tijdens notariële overdracht
⍟ Taxatierapport NWWI opstellen
⍟ No cure no pay
EUR 1.150 inclusief BTW EUR 2.175 inclusief BTW EUR 2.775 inclusief BTW
betaalbaar op het moment van overdracht

Aankoopbegeleiding op maat in heel Nederland

Wij vinden het iedere keer weer leuk om ons te verdiepen in een nieuwe aankoopopdracht. Dit begint al bij het uitzoeken van de relevante verkochte woningen in de omgeving. Ook zoeken wij uit welke hypotheek er op de woning rust zodat wij een positie van de verkoper kunnen maken.

Wij werken landelijk en afstand is dus voor ons geen probleem. Onze kantoren zijn in Amsterdam, Wassenaar en Zevenbergen, maar de meeste huizen kopen wij buiten deze plaatsen aan voor onze opdrachtgevers.

Vrijblijvend gesprek met onze aankoopmakelaar

Interesse in onze aankoopbegeleiding? Neem dan vrijblijvend contact met ons op en mail bijvoorbeeld de woning welke u op het oog heeft. Wij zullen dan een kosteloze quickscan van de woning maken.

Wenst u een referentie van een of meerdere aankopen dan kunt u deze op verzoek aanvragen. Wij vinden het niet correct om de aangekochte panden te tonen op onze website.

Door Boris Boon

Sinds 2009 is er een groep belastingplichtigen die een steeds lagere algemene heffingskorting krijgt uitbetaald. Het gaat om gezinssituaties waarbij bijvoorbeeld de man (laten we hem Frans noemen) inkomen heeft en de vrouw (Gerda) niet of een beperkt inkomen heeft waarbij ze niet haar recht op heffingskortingen zelf kan benutten. Gerda heeft dan recht op de zogenaamde “aanrechtsubsidie”; uitbetaling van de algemene heffingskorting op voorwaarde dat Frans voldoende belasting betaald. De uitbetaling  wordt in 15 jaar afgebouwd en zal in 2024 nihil bedragen. In 2015 kan nog slechts 53,33% van de heffingskorting uitbetaald worden. In het jaar 2015 kan dan bijvoorbeeld het nadeel ten aanzien van de algemene heffingskorting € 949 netto bedragen. Overigens geldt deze beperking alleen voor belastingplichtigen zonder inkomen of met weinig inkomen die zijn geboren ná 31 december 1962.

Frans bezit 100% van de aandelen in een B.V. en heeft een positieve winstreserve. Fiscaal gezien is Frans in de mogelijkheid om dividend uit te keren aan zichzelf. De laatste jaren was er geen noodzaak om dit toe doen, omdat het inkomen uit loondienstverband toereikend is. Inmiddels is er een uitkeerbare winstreserve van € 60.000. Indien Frans besluit om in 2015 nog een dividenduitkering te doen vanuit de B.V. van bijvoorbeeld € 10.000 kunnen zij deze inkomsten aan Gerda toebedelen. Box 2 inkomen mag tussen fiscale partners onderling verdeeld worden. Hierdoor heeft Gerda zelf fiscaal inkomen en is de verlaging van de algemene heffingskorting niet van toepassing. Het netto belastingvoordeel  bedraagt € 949. Dat is snel verdiend!

In de wet inkomstenbelasting is een zogenaamde “scheidingsregeling” opgenomen. Kortweg houdt deze in dat de (mede-)eigenaar van de woning nog twee jaar na het moment dat de woning is verlaten recht op  hypotheekrenteaftrek heeft. Dit geldt alleen als de achtergebleven ex-partner in de woning blijft wonen. In het jaar van vertrek (bijvoorbeeld op 1 mei 2013) is er nog een mogelijkheid om samen als fiscaal partner aangifte te doen over 2013. Uiteraard enkel indien beide partners nog on speaking terms zijn kan die optie in beide aangiften worden aangevinkt. Op die wijze is er eventueel nog tariefvoordeel te behalen als er een inkomensverschil is tussen de ex-partners.

Een veelvoorkomende situatie is de volgende. De man (Frits) verlaat de gezamenlijke woning en blijft de volledige hypotheekrente  betalen. De vrouw (Bernadette) heeft het woongenot. Zij zijn dat ook zo overeengekomen in het scheidingsconvenant. Frits dient dan de eerste 2 jaren zijn aandeel als eigenwoningrente op te geven en 50% van het eigenwoningforfait aan te geven. De betaalde rente voor het deel van Bernadette is aftrekbaar als betaalde partneralimentatie. Bernadette  geeft haar deel van het eigenwoningforfait aan. Bernadette dient vervolgens het deel van het eigenwoningforfait van Frits als alimentatie in natura op te geven. Ook de door Frits betaalde hypotheekrente namens Bernadette is ontvangen partneralimentatie in natura en kan Bernadette tegelijkertijd als hypotheekrente aftrekken.

Het wordt anders als niet Frits maar Bernadette de woning heeft verlaten en de achterblijver, in casu Frits, de volledige rente blijft betalen. De woning wordt door Frits bewoond terwijl deze te koop staat. Na de verkoop willen de partners de verdeling formeel regelen. Frits heeft volgens de geldverstrekker net niet voldoende inkomen om de hypotheekschuldvolledig over te nemen. De geldverstrekker wil daarom Bernadette niet uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ontslaan.  Na het verstrijken van de twee jaren “scheidingsregeling” sinds 1 mei 2013 is de woning per 1 mei 2015 nog steeds voor 50% van Frits en voor 50% van Bernadette en staat deze nog steeds te koop. Frits betaalt de volledige hypotheekrente. Na de verstreken twee jaren mag dan nog slechts 50% van de hypotheekrente in aftrek worden gebracht bij hem. Voor haar is het niet meer de eigen woning waarop recht van hypotheekrenteaftrek bestaat. Ook zijn ze geen fiscale partners meer want Bernadette is sinds 1 mei 2013 bij haar moeder ingetrokken. Alleen in 2013 kon nog gekozen worden voor fiscaal partnerschap voor het hele jaar.

In dergelijke situaties is het verstandig om tijdig belastingadvies in te winnen. Mogelijk is de “tijdelijke regeling leegstand bij verkoop” nog van toepassing waardoor er nog een periode renteaftrek genoten kan worden. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren.

hypotheekSinds 1 januari 2013 is er een wettelijk verbod op hypotheekprovisie. Vanaf dat moment moet een klant die een hypotheek wil afsluiten of hierover advies wenst te verkrijgen, betalen voor het advies. De verwachting was dat de kosten van hypotheekadvies door de concurrentie hierdoor zouden dalen.

Voor deze datum was het gebruikelijk om 1% afsluitkosten te betalen over de hoofdsom. De daadwerkelijke vergoeding voor de hypotheekadviseur kon anders zijn en per geldverstrekker verschillen indien u uw hypotheek via een tussenpersoon regelde.

Financieel advies voor complexe producten zoals een hypotheek of levensverzekering mag vanaf 1 januari 2013 alleen nog maar tegen betaling worden gegeven. Deze tarieven zijn uiteenlopend van € 485 tot € 4.000. Overigens is het zo dat bij de laagste tarieven in de markt geen sprake van advies is, maar van zogeheten afsluitkosten. In de wet is dit geregeld onder de noemer ‘execution-only’.

Marktwerking
Doordat nu deze tarieven te vergelijken zijn ontstaat er marktwerking. Vooral een vergelijking tussen banken is nu makkelijk te maken aangezien het bedieningsconcept van een bank redelijk overzichtelijk is. U kunt de rente vergelijken en er is sprake van een hoge mate van zelfwerkzaamheid. Er wordt nog wel onderscheid gemaakt tussen verschillende doelgroepen. Zo geeft SNS bank een korting op de advieskosten indien u 65-plusser of alleenstaand bent. ABN Amro kiest voor het verstrekken van een korting op de rente indien u werkzaam bent bij een werkgever waar dé bank een speciaal arrangement mee heeft. Rabobank maakt onderscheid tussen de verschillende fases als consument. Bent u starter of doorstromer dan zijn er verschillende tarieven. In de meeste gevallen betalen ondernemers een opslag vanwege de extra werkzaamheden.

U kunt zich oriënteren op deze tarieven door de verschillende dienstenwijzers te lezen en te vergelijken. Iedere aanbieder dient namelijk te beschikken over een uniforme dienstenwijzer met daarin opgenomen de tarieven.

Bedieningsconcepten

Er is voor ieder wat wils. Een consument die graag zelf aan de slag gaat met het vergelijken van financiële producten kan goed terecht bij zogeheten direct writers of internetaanbieders waar de tarieven voor het afsluiten van een hypotheek laag zijn. In de meeste gevallen vindt er ook een vergelijking plaats van diverse aanbieders en voorwaarden. Hypotheekwinkels werken op een soortgelijke wijze, maar voeren deze vergelijking voor u uit tijdens een winkelbezoek in de shop. Voor deze extra service en kosten van het runnen van de winkel met personeel betaalt u een opslag. Internetaanbieders kunnen voordeliger werken omdat men processen geautomatiseerd heeft en op afstand kan werken. Bij sommige aanbieders betaalt u de advieskosten voor de hypotheek ook vooruit zodat er geen risico op wanbetaling is.

Daarnaast kunt u terecht bij een bank waar u bijvoorbeeld reeds klant bent voor andere bankzaken waardoor u alles onder één dak kunt regelen. Veel banken hebben ook apps of internet omgevingen waarbij u inzage hebt in alle lopende producten. Dit zorgt voor een stuk gemak. Overigens is het zo dat vergelijken loont en het kiezen voor uw huisbank levert niet per se de laagste maandlasten op of de beste financiële constructie. Dit komt ook omdat u slechts het aanbod van één marktpartij kunt kiezen. SNS bank is overigens een uitzondering omdat zij ook andere aanbieders betrekken in hun vergelijking. Dit aanbod van slechts één folderrek door de bank kan tot de vraag leiden of de overheid dergelijke niet-onafhankelijke advisering nog dient te laten bestaan.

Tot slot zijn er nog de onafhankelijke advieskantoren die in veel gevallen een groot aanbod vergelijken en insteken op een uitgebreide persoonlijke dienstverlening. Zo is het bij ons kantoor gebruikelijk om thuis af te spreken en desgewenst in de avonduren. Ook bieden wij net als ABN Amro advies op afstand waardoor u de deur niet uit hoeft, maar toch persoonlijk kunt overleggen met behulp van documenten en een computer. Deze kantoren rekenen niet het allerlaagste tarief in de markt omdat de insteek een uitgebreide service is. Vergelijk de professionele aannemer die alles voor u regelt met garantie en gemak met een doe-het-zelver die zelf inkopen doet en zelf alles regelt.  Wij bieden daarnaast ook andere diensten aan zoals aankoopbegeleiding door een vastgoeddeskundige voor uw aan te kopen huis of fiscaal advies met betrekking tot een belastingaangifte door een fiscalist. Ook kunnen wij bijvoorbeeld kosteloos uw WOZ-waarde verlagen indien deze te hoog is vastgesteld. De advieskosten bij dergelijke kantoren behoren niet tot de allerlaagste in de markt. De reden hiervoor is de uitgebreide dienstverlening en het aantal uren wat besteed wordt aan een klant.

Zelf hebben wij de persoonlijke overtuiging dat het verstandiger is om bij aanvang meer tijd te besteden aan een hypotheekadvies omdat een hypotheek en koopwoning vaak de grootste bestedingen in een mensenleven zijn en voor langere tijd zijn. In de meeste gevallen zijn de maandlasten hierdoor lager en verdient u deze hogere advieskosten dus terug. Ook het inhuren van een aankoopmakelaar levert een financieel voordeel op omdat u in de meeste gevallen tegen een betere prijs uw huis kunt aankopen en de kosten hiervan dus meteen terugverdiend. Los van het effect dat het inhuren van een deskundige ook een professionele zienswijze meebrengt en tot rust dient te leiden. De risico’s op het kopen van een kat in de zak worden hierdoor ook verminderd ook omdat u recht hebt op een wettelijke (na)zorgplicht vanuit de aanbieder.

Per saldo is er voor consumenten sinds het wettelijk provisieverbod meer te kiezen. Vooral voor het zelf afsluiten van een hypotheek is er meer aanbod en ontstaat er een financieel voordeel omdat de tarieven lager zijn. Overigens is het wel zo dat u zelf verantwoordelijk bent voor uw financiële keuzes en dat advies door deze bedrijven niet is toegestaan. Ook dient u op te letten waaruit de advieskosten bestaan. In veel gevallen is ook een levensverzekering verplicht en de kosten voor het afsluiten ervan worden in de meeste gevallen separaat in rekening gebracht. Deze kosten lopen uiteen van enkele honderden euro’s tot zo’n 800 euro. Het is dus bij het vergelijken van aanbieders van ‘execution-only’ goed te letten op de totale kosten. Wij zijn van mening dat de kosten van een compleet kwaliteitsadvies minder zijn gedaald vanwege extra regelgeving en opleidingseisen. Overigens worden de financiële producten wel simpeler, maar dat is voor een selecte groep kopers beschikbaar.

Indien u behoefte heeft aan hypotheekadvies dan informeren wij u graag tijdens een kosteloos kennismakingsgesprek! Afstand is geen probleem, wij werken landelijk. Lees ook hier gerust ons dienstverleningsdocument.

Door Boris Boon

Erkend Hypotheekadviseur