Categorie: stamrecht bv


Hypotheek afsluiten eigen BV

Bent u van plan om een lening of hypotheek af te sluiten bij uw eigen BV ter vervanging van een bestaande hypotheek?  Vanaf 1 januari 2013 zijn de regels voor de hypotheekrenteaftrek drastisch gewijzigd. Zo is er overgangsrecht gecreëerd voor personen met een bestaande hypotheek. Het komt er op neer dat de hoogte van de hypotheek van iedereen met een hypotheek bestemd voor de eigen woning op 31 december 2012 bevroren wordt. Vanaf deze datum is uitbreiding onder de oude hypotheekregels niet meer mogelijk. Een voorbeeld.

Overgangsrecht hypotheken

Stel dat u op 31 december 2012 een spaarhypotheek heeft van € 250.000 en u besluit op 1 maart 2013 een serre te plaatsen aan uw woning en u wenst hiervoor € 25.000 te lenen bij een bank of bij uw eigen (stamrecht) BV dan mag u de rente van deze extra hypotheek uitsluitend aftrekken indien u deze annuïtair aflost. Dus producten zoals een spaarhypotheek, bankspaarhypotheek of beleggingshypotheek komen niet meer voor aftrek in aanmerking. Ook al zou u een dergelijke hypotheek wel willen, dan loopt u tegen het probleem aan dat banken deze niet meer in hun assortiment hebben. Het is dus sowieso een theoretische kwestie geworden. Samengevat mag u voor uw bestaande hypotheek de hypotheekrente gewoon blijven aftrekken binnen de oude spelregels, maar de hypotheekrente van de extra hypotheek mag alleen in aftrek worden genomen als u minimaal annuïtair aflost. Een lineaire hypotheek mag dus ook, want daarmee lost u eerder af dan bij een annuïteitenhypotheek.

Het was ingewikkelder als u besloot om slechts een gedeelte van uw hypotheek van € 250.000 te vervangen. De verantwoordelijke minister heeft hiervoor beleid ontwikkeld wat er op neer komt dat u ook een gedeelte van uw hypotheek (formeel : eigenwoningschuld) vervangt in plaats van het gehele leningdeel of de gehele hypotheek. De complete toelichting treft u bijgaand aan :

Gedeeltelijk aflossen eigenwoningschuld

In de praktijk is de vraag opgekomen wat de fiscale gevolgen zijn van het gedeeltelijk aflossen van een leningdeel dat onder het overgangsrecht valt als dit wordt gevolgd door het opnieuw aangaan van een schuld in verband met een eigen wo-ning (gedeeltelijk oversluiten). De wettekst schrijft voor dat deze nieuwe lening alleen onder het overgangsrecht valt in geval van geheel aflossen van een tot de eigenwoningschuld behorende schuld en het uiterlijk binnen het daaropvolgende kalenderjaar -ten minste voor dat bedrag- opnieuw aangaan van een schuld in verband met een eigen woning (geheel oversluiten). Deze lijn was ingegeven door het idee dat bij een verhuizing of bij oversluiten eigenlijk altijd een volledig le-ningdeel vervangen wordt. In de praktijk blijkt dat ook sprake kan zijn van ge-deeltelijk oversluiten van een leningdeel. Onder de huidige wettekst zou in dat geval het overgangsrecht alleen van toepassing zijn op de nieuwe lening indien de lening voor oversluiten gesplitst zou worden in twee leningdelen. Dit zodat per leningdeel sprake is van geheel oversluiten. Ter verduidelijking een voorbeeld.

Voorbeeld

Casus 1

A heeft op 31 december 2012 een eigenwoningschuld van € 300.000. Deze eigenwoningschuld is opgebouwd uit twee leningen. Lening 1 van € 250.000 en lening 2 van € 50.000. In 2013 lost A € 50.000 af op lening 2, met geld verkregen uit een nieuwe lening van € 50.000 (geheel oversluiten). Deze € 50.000 valt onder het overgangsrecht (geen afloseis).

Casus 2

Zelfde als casus 1, maar nu lost A € 10.000 blijvend af uit spaargeld en sluit hij gelijktijdig een nieuwe lening van € 40.000 af ter vervanging van de overige € 40.000 van lening 2 (gedeeltelijk oversluiten).

Deze nieuwe lening van € 40.000 valt niet onder het overgangsrecht aangezien geen sprake is van ‘ten minste voor dat bedrag (€ 50.000) aangaan van een schuld’.

De overgesloten € 40.000 zou wel onder het overgangsrecht hebben gevallen indien A voorafgaand aan het aflossen en oversluiten de lening van € 50.000 had gesplitst in een lening van € 10.000 (deel dat daarna blijvend wordt afgelost) en een lening van € 40.000 (deel dat wordt overgesloten).

Het hanteren van een dergelijk onderscheid tussen wel en niet gesplitste leningdelen acht ik onwenselijk. Belastingplichtigen zouden daardoor in voorkomende gevallen feitelijk worden gedwongen de lening administratief te splitsen, wat leidt tot onnodige administratieve rompslomp.

In een beleidsbesluit zal daarom vooruitlopend op wetgeving worden opgenomen dat ook bij gedeeltelijk oversluiten van een tot de eigenwoningschuld behorende schuld de nieuwe schuld kwalificeert voor het overgangsrecht (geen aflossingseisen) met dien verstande dat deze goedkeuring net als bij het ‘geheel oversluiten’ alleen geldt:

– voor maximaal de omvang van de aflossing en

– indien de schuld wordt aangegaan uiterlijk in het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de aflossing plaatsvond.

De aanpassing biedt meer flexibiliteit en gelijkheid in de fiscale behandeling van belastingplichtigen met een verschillende samenstelling van de eigenwoningschuld (meer of minder leningdelen).

Indien u geen inkomsten heeft in box 1 en uw heffingskortingen niet optimaal benut, maar nog wel een stamrechtvoorziening heeft in uw BV, dan kan het verstandig zijn een deel van het stamrecht uit te keren. Zo benut u de algemene heffingskorting en kunt u eventueel gebruik maken van de lagere tariefschijven in box 1. In de jaren dat u de stamrechtvoorziening laat uitkeren naast eventuele andere inkomsten zoals pensioen en of AOW, dan kan het zo zijn dat u meer belasting betaalt. Laat u in een dergelijke situatie dan ook goed en tijdig adviseren.

Besef dat als u een activiteit start vanuit de BV, u risico loopt met uw gehele stamrechtvoorziening in de BV. Beter is dan om een werk BV “onder” uw stamrecht BV op te richten en vanuit daar de activiteit te starten. U kunt dan vanuit de stamrecht BV wel geld uitlenen aan de nieuwe BV. Het risico is dan beperkt tot het bedrag wat u uitleent. De lening dient overigens onder zakelijke voorwaarden te worden verstrekt. Mocht de nieuwe werk BV dan de lening niet kunnen terugbetalen dan kunt u deze mogelijk afwaarderen in de stamrecht BV en bespaart u daarmee loonheffing over de stamrechtuitkeringen.

Veelal is echter een eenmanszaak oprichten een beter alternatief. U heeft dan mogelijk recht op aftrekposten voor ondernemers die u in de BV niet heeft. In de BV zou u zelfs een zogenaamd “gebruikelijk loon” moeten genieten, ondanks de hoogte van de winst. In zijn algemeenheid kunt u tot een winst van ca. € 200.000 fiscaal beter in eenmanszaakvorm ondernemen. Om aansprakelijkheid te beperken zou u een beroepsaansprakelijkheidsverzekering kunnen afsluiten. Het is wel zo dat u in eenmanszaakvorm met uw hele privévermogen aansprakelijk bent. Als u gehuwd bent kan het raadzaam zijn om juist dan huwelijkse voorwaarden op te stellen.

Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven. Uw persoonlijke situatie is hiervoor bepalend. Om die reden is het voor ons wenselijk om inzage te hebben in uw prive inkomenssituatie. Van belang is bijvoorbeeld hoeveel pensioenrechten u heeft opgebouwd en hoe hoog uw aftrekposten, bijvoorbeeld voor de eigen woning, zijn in de toekomst. Na inventarisatie hiervan en na een adviesgesprek waarin wij u wensen aanhoren, kunnen wij u goed adviseren.

In zijn algemeenheid is het inkomstenbelastingtarief op het moment van uitkeren een belangrijk aspect. Hiernaast kan ook de maximale Bijdrage ZVW-premie een rol spelen in de afweging. Uiteraard speelt ook de levensverwachting een rol. Mocht u het slechte nieuws ontvangen dat u niet lang meer te leven heeft, dan is het plannen van deze inkomsten, voorzover nog mogelijk, een belangrijk aandachtspunt vanuit financieel oogpunt. Uiteraard geldt het ook andersom, als u geen of weinig pensioen heeft opgebouwd, dan kan deze stamrechtvoorziening een belangrijk onderdeel zijn van uw inkomsten voor levensonderhoud. In overleg met u kunnen wij een inschatting maken welke netto inkomensbehoefte u heeft voor de komende 30 jaren. Vervolgens kunt u de inkomsten uit de stamrechtvoorziening daarop aanpassen.

Meer informatie over dit onderwerp of wenst u een persoonlijke vraag voor te leggen? Stelt u deze gerust via het onderstaande formulier.

Indien u geld heeft uitgeleend uit de stamrecht B.V. dan is het raadzaam om een goed financieel plan te hebben over wanneer de uitkeringen zullen plaatsvinden. Stel dat u € 100.000 ontslagvergoeding in de BV liquide had en dat u € 60.000 heeft uitgeleend. U bent nu 59 jaar. U heeft een uitkeringsplan gemaakt waarbij u in de periode 63 tot en met uw AOW-leeftijd van 67 jaar en 6 maanden. Dat is totaal 5,5 jaren. U wenst in die periode € 1.500 bruto per maand uit te keren. Als u de leeftijd van 65 jaar en 2 maanden heeft bereikt dan zijn de liquide middelen bijna opgesoupeerd. Op dat moment zou de lening al weer deels ingelost moeten zijn. Als u de middelen aan uzelf in Prive heeft uitgeleend dient u voor de aflossing een gedegen plan te hebben wat uitvoerbaar is. Mogelijk was u voornemens uw eigen woning dan te verkopen en te gaan rondreizen of een woning te huren. Zorg er dan voor dat u tijdig uw woning verkoopt en informeer bij een makelaar naar de courantheid en mogelijke opbrengst van uw woning. Zorg ervoor dat u in uw prognose ervanuit gaat dat aannames tegenvallen. Zorg er dan tegelijkertijd voor dat u daarop kunt anticiperen.

Heeft u geld vanuit de stamrecht BV uitgeleend aan uzelf in verband met de aankoop of verbouwing van uw woonhuis?

Let er dan op dat u de lening tijdig moet aanmelden bij de belastingdienst. Doet u dat niet dan heeft u geen recht op hypotheekrenteaftrek. Heeft u de lening na 1 januari 2013 verstrekt? Let u er dan tevens op dat u waarschijnlijk de lening of lineair of annuïtair moet aflossen. Als u dat niet nakomt heeft u eveneens geen recht op hypotheekrenteaftrek.

Heeft u de middelen aan een derde uitgeleend?

Zorg er dan voor dat u aflossingsplan heeft wat reeds periodiek nagekomen moet worden. Zo kunt u al in een vroeg stadium constateren of degene aan wie u geld heeft uitgeleend aan zijn verplichtingen kan voldoen. Mocht dat niet zo zijn dan kunt u tijdig actie ondernemen om bijvoorbeeld het gegeven onderpand uit te winnen. Om grote risico’s te beperken kunt u beter aan diverse partijen kleinere geldbedragen uitlenen dan aan één partij.

Overweegt u geld uit te lenen; overleg vooraf met uw adviseur van Cournot. Zo voorkomt u problemen die u niet eenvoudig meer kunt herstellen.

Normaliter is de gangbare praktijk dat de uitkeringen vanuit een stamrechtvoorziening vallen binnen de huwelijksgemeenschap indien de uitkeringen zijn gestart voorafgaand aan de beëindiging van het huwelijk. Zijn de uitkeringen niet gestart, dan valt het stamrechtkapitaal buiten het huwelijk.

In de casus die is voorgelegd aan de Hoge Raad speelt het volgende. Man en de vrouw zijn met elkaar in 1974 gehuwd in algemene gemeenschap van goederen. Op 25 maart 2005 dient de vrouw bij de rechtbank het verzoek in om te scheiden van haar man. In 2007 wordt de man ontslagen en krijgt hij recht op een ontslagvergoeding van circa€ 282.000,- bruto. Dit bedrag wordt ondergebracht in de stamrecht-bv van de man, waarvan de man enig aandeelhouder en bestuurder is; diens aandelen vallen in de huwelijksgoederengemeenschap. Op grond van de stamrechtovereenkomst maakt de man aanspraak op periodieke uitkeringen die strekken tot vervanging van inkomsten.

In 2013 verzoekt de vrouw een echtscheiding en daarbij de verdeling van de goederengemeenschap. Er ontstaat tussen partijen een discussie over de vraag of de ontslagvergoeding, zoals deze is ondergebracht in de stamrecht BV, onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap. Volgens de vrouw is dat het geval; volgens de man is dit niet het geval en zijn de aanspraken op periodieke uitkeringen op een bijzondere wijze aan uitsluitend hem verkocht (art. 1:94 lid 3 BW) en vallen zij hierdoor buiten de gemeenschap.

De rechtbank heeft het stamrecht kapitaal geheel aan de man toebedeeld. Het hof heeft dat eveneens gedaan omdat enkel de gelden die vóór ontbinding van het huwelijk zijn uitgekeerd in de huwelijksgemeenschap vallen en de man tot dat moment nog geen periodieke uitkering had ontvangen. De vrouw is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.

In cassatie klaagt de vrouw over het oordeel van het hof dat de gelden die eerst tot uitkering komen na de ontbinding van de gemeenschap aan de man zijn verknocht en dat, nu vaststaat dat de man nog geen enkele periodieke uitkering uit de stamrecht-bv heeft ontvangen, zij daarop geen aanspraak kan maken.

De Hoge Raad acht – net zoals A-G Langemeijer – de klacht gegrond en stelt daartoe voorop dat uitgangspunt in cassatie is dat de beëindigingsvergoeding dient om toekomstig gederfd inkomen van de man te vervangen (rov. 3.3.2). Vervolgens beantwoordt de Hoge Raad de vraag of deze aanspraak van de man verknocht is als bedoeld in art. 1:94 lid 3 BW (rov. 3.3.3). In dat verband is vaste rechtspraak dat de verknochtheid van een goed afhangt van de aard van dat goed, waarbij maatschappelijke opvattingen van belang zijn.

Daarop verwijst de Hoge Raad naar een arrest uit 2008, waarin het ging om een ontslagvergoeding, waarvan het bedrag door de werkgever was gestort onder een verzekeringsmaatschappij (HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9080, NJ 2009/41). In die zaak werd geoordeeld dat uit een stamrechtverzekering voortvloeiende aanspraken van vóór de ontbinding in de huwelijksgemeenschap vallen en nadien ontstane aanspraken erbuiten. Deze later ontstane aanspraken strekken immers tot vervanging van het inkomen dat de echtgenoot bij voortzetting van de dienstbetrekking zou hebben genoten en in dat geval zou de aanspraak op voor nog te verrichten arbeid te ontvangen loon evenmin in de gemeenschap zijn gevallen. De Hoge Raad overweegt voorts dat deze regel ook geldt wanneer een ontslagvergoeding is ingebracht in een – door de werknemer opgericht en beheerste – stamrecht-bv, ondanks dat de echtgenoot in dat geval zelf het tijdstip en de hoogte van de periodieke uitkeringen kan bepalen. De Hoge Raad acht de strekking van de uitkering (die gelijk is bij storting onder een verzekeringsmaatschappij als onder een stamrecht-bv) daartoe doorslaggevend.

Gelet op het voorgaande overweegt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte van belang heeft geacht dat de man nog geen enkele periodieke uitkering uit de stamrecht-bv had ontvangen (rov. 3.3.4). Het hof had daarentegen moeten onderzoeken in hoeverre de aanspraak van de man jegens de stamrecht-bv zag op de periode vóór of na ontbinding van het huwelijk.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam, waar deze vraag alsnog aan de orde zal worden gesteld.

Meer informatie over dit onderwerp of wenst u een persoonlijke situatie voor te leggen? Stelt u deze gerust via het onderstaande formulier.

Indien u in 2014 uw stamrecht B.V. heeft geliquideerd dan kan er een verlies uit aanmerkelijk belang ontstaan. U heeft een aanmerkelijk belang als u meer dan 5% van de aandelen in een vennootschap bezit. De resultaten worden dan in de inkomstenbelasting in box 2 belast. Dit verlies uit aanmerkelijk belang treedt met name op indien er nog € 18.000 gestort aandelenkapitaal in de vennootschap aanwezig was en er verliezen zijn geleden. Op het moment dat de verliezen meer dan € 18.000 waren dan volgt er geen liquidatieuitkering. In uw aangifte inkomstenbelasting 2014 geeft u dan een resultaat uit vervreemding van aanmerkelijk belang op van € 18.000 negatief. Vervolgens zal de inspecteur het verlies vaststellen middels een verliesbeschikking ingevolge artikel 4.50 Wet IB 2001.

Normaliter dient u een resultaat uit box 2 te verrekenen met box 2 inkomen uit andere jaren. Indien u de vennootschap heeft geliquideerd en geen ander aanmerkelijk belang bezit, dan kunt u het verlies niet verrekenen met box 2 inkomen. De wetgever heeft bepaald dat indien u een geheel kalenderjaar géén aanmerkelijk belang bezit, dat u dan het verlies mag omzetten naar een belastingkorting voor box 1 inkomen (looninkomsten/pensioeninkomsten). De korting bedraagt 25% van het verlies uit aanmerkelijk belang. Dit is geregeld in artikel 4.53 Wet IB 2001. Voor een liquidatie in 2014 geldt dat het verzoek voor 2016 gedaan kan worden. Mocht het inkomen in 2016 niet toereikend zijn om de korting in zijn geheel te verrekenen dan zal de belastingdienst bij de aanslagen voor uiterlijk negen jaren na het jaar van liquideren alsnog verrekenen. Bij het voorbeeld van een verlies van € 18.000 betekent dit een netto belastingkorting van 25% x € 18.000 is € 4.500.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u met Julian Langkemper of Sebastiaan Hasselman contact opnemen op het algemene telefoonnummer 0168-327702.

calculatorIeder jaar dient u voor uw stamrecht BV een jaarrekening op te stellen. Wij helpen u graag bij deze verplichte werkzaamheden. Wij bieden hiervoor vaste tarieven aan waarbij ook de verplichte notulen, publicatiestukken en aangifte Vennootschapsbelasting worden opgesteld. Een compleet tarief voor alle wettelijk verplichte taken die u als bestuurder hebt.

Wat kost het opstellen van een jaarrekening voor een stamrecht BV

De tarieven voor een compleet pakket starten vanaf € 350 exclusief BTW. U kunt via de offertecalculator zelf uitrekenen wat uw kosten worden. Uit ervaring blijkt dat u kunt besparen door een overstap te maken. Binnen ons kantoor hebben wij namelijk een gespecialiseerd team fiscalisten welke uitsluitend deze vennootschappen verwerkt. Daarnaast werken wij efficiënt en werken we met slimme software. Deze keuzes vertalen zich in een voor u voordelig tarief. Wij werken landelijk en bezoek aan huis behoort tot de mogelijkheden. Tevens kunt u ons bezoeken op onze kantoren te Amsterdam, Den Haag, Drunen en Zevenbergen.

Het vervaardigen van een jaarrekening voor uw stamrecht BV is 1 van de verplichtingen van een stamrecht-BV. Jaarlijks dient de stamrecht BV een aangifte vennootschapsbelasting in te dienen tevens moet een balans en jaarrekening stamrecht BV opgesteld worden, er moeten notulen gemaakt worden van de jaarvergadering van de aandeelhouders en de jaarstukken moeten bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd worden. Deze laatste documenten worden de publicatiestukken voor uw stamrecht BV genoemd.

Van klanten die overstappen en de administratie door derden hebben laten verzorgen valt op te merken dat er vaak onjuistheden zijn met betrekking tot de oprenting van de stamrechtverplichting. Deze problemen kunnen ontstaan door het onjuist toepassen van de regels omtrent actuariele berekeningen en de geldende fiscale wetgeving. Heeft u twijfels over uw jaarrekening of wenst u juist meer uitleg neem dan gerust contact op. Wij zijn gespecialiseerd in het verwerken van boekhoudingen voor stamrecht BV’s en zijn bekend met alle uitzonderingen.

Vennootschapsbelasting aangifte

De stamrecht BV is verplicht jaarlijks een aangifte vennootschapsbelasting in te dienen. Voor een goede aangifte moet ook een balans en een verlies- en winstrekening opgemaakt worden. In plaats van een jaarrekening kunt u bij de Kamer van Koophandel volstaan met het afgeven van een ‘accountantsverklaring’. Een accountant zal een dergelijke verklaring pas afgeven nadat deze de boekhouding heeft gecontroleerd waardoor u de facto meer kosten heeft vanwege de extra rapportage. Daarnaast verlangt de Belastingdienst dat u bij het opstellen van de aangifte Vennootschapsbelsating ook een balans opstelt. Kortom uiteindelijk raden wij u aan om toch een jaarrekening op te laten stellen voor de deponering bij de Kamer van Koophandel voor uw stamrecht BV.

Notulen jaarlijkse vergadering van aandeelhouders

Jaarlijks dient u van de algemene vergadering van aandeelhouders een verslag op te maken. Dit noemt men ook wel de notulen. Sinds enkele jaren heeft u overigens geen jaarlijkse kosten voor de Kamer van Koophandel meer.

Aangifte loonbelasting stamrechtuitkeringen

Indien uw stamrecht BV reeds uitkeringen verricht. De zogenaamde stamrechtuitkeringen. Dan dient van deze uitkeringen een loonadministratie bijgehouden te worden. Wij verzorgen deze werkzaamheden tegen vaste lage tarieven. U ontvangt dan een loonstrook van uw eigen stamrecht BV. Op deze wijze voldoet u aan de wettelijke fiscale verplichtingen en draagt u hierdoor tijdig de loonheffing af. De loonheffing (ook wel loonbelasting genoemd) is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting vindt dan een verrekening plaats. Ook verzoeken veel van onze opdrachtgevers om tevens de aangifte inkomstenbelasting op te stellen. De aangifte inkomstenbelasting dient jaarlijks uiterlijk 1 april te worden ingediend. Als belastingconsulent zijn wij geregistreerd bij de Belastingdienst en hebben de mogelijkheid om uitstel voor u aan te vragen. Wij dienen dan tijdig te beschikken over uw documenten om dit kunnen verzorgen. Nu u eigenaar bent geworden van een stamrecht BV bent u ineens directeur grootaandeelhouder (DGA) geworden. Hier dient u in uw aangifte inkomstenbelasting rekening mee te houden indien u een uitkering vanuit uw stamrecht BV hebt gedaan.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van onze dienstverlening dan vernemen wij deze graag!

Tot slot, als u met spoed over een jaarrekening dient te beschikken dan kennen wij ook een spoedprocedure.

Meer informatie over dit onderwerp of wenst u een persoonlijke vraag voor te leggen? Stelt u deze gerust via het onderstaande formulier.

koffertje U heeft vanaf heden nog enkele weken gelegenheid om in 2014 gebruik te maken van de stimuleringsmaatregel van de overheid om uw stamrechtverplichting met 20% korting af te kopen.

Er zijn een aantal redenen om in 2014 WEL gebruik te maken van de kortingsregeling.

Administratieve verplichtingen
Een deel van de stamrechtgerechtigden vindt het jaarlijkse beheer van de vennootschap een belasting. Door de afkoopregeling zien zij de mogelijkheid op een fiscaal gunstige manier zich van die jaarlijkse verplichting te ontdoen. De financiële consequenties zijn van ondergeschikt belang. Herkent u zich hierin, meld u dan hier aan voor advies.

Fiscaal voordelig?
Voor een groep stamrechtgerechtigden is het om het even wanneer de stamrechtuitkeringen fiscaal het beste genoten kunnen worden. Zij hebben door andere loon- of pensioeninkomsten bijvoorbeeld al een bepaald inkomen in box 1 waarbij het inkomen in de hoogste belastingschijf belast is, zelfs na aftrek van hypotheekrente en overige aftrekposten die het box 1 inkomen verminderen. Voor 2014 is dat van toepassing als het belastbare inkomen in box 1 hoger is dan € 56.531. Afhankelijk van een aantal factoren kan een afweging worden gemaakt of afkoop van de stamrechtvoorziening en het opheffen van de stamrecht B.V. voordeliger is.

Fiscale aandachtspunten bij deze berekening zijn:
– Tariefschijf belastbaarheid bij afkoop in 2014 versus beoogde uitkeringsjaren in de toekomst;
– Al dan niet aanwezig zijn van box 3 vermogen;
– Uw eventuele plannen met het vrijvallende vermogen (schenken, hypotheek inlossen);
– Het rendement wat behaald wordt in de stamrecht B.V.;
– Eventuele hypotheek of lening tussen u zelf en uw B.V.;
– Het al dan niet aanwezig zijn van negatieve winstreserves in de stamrecht B.V.;
– Het rendement wat na eventuele afkoop wordt behaald in box 3;
– De jaarlijkse instandhoudingskosten van uw stamrecht B.V.;
– Het verwachte belastbare inkomen in box 1 na pensioengerechtigde leeftijd;
– Uw belastbare inkomen in box 1 in 2014;
– Het effect op de grondslag voor de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Het maximum bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) 2014 is € 51.414. Indien u van de afkoopmogelijkheid gebruik maakt kunt u daarmee 5,4% premie Zvw besparen. Dit voordeel treedt op als u zonder de inkomsten van het afgekochte stamrecht niet het maximum bijdrage-inkomen geniet.

Afkoop stamrechtverplichting niet voordelig
Aan de hand van de balans van uw stamrecht B.V. kunnen wij al snel beoordelen of afkoop van de stamrechtvoorziening interessant voor u is. Indien u bijvoorbeeld verliezen heeft geleden door beleggingen en u daardoor nog slechts 50% van de stamrechtvoorziening aan activa op de balans heeft staan, dan is de afkoopregeling voor u meestal niet fiscaal voordelig. U dient namelijk uit te gaan van de fiscale waardering van de stamrechtverplichting op de balans. De negatieve winstreserves mag u niet salderen. In dergelijke situaties is het verstandiger om in overleg met uw adviseur een optimale uitkeringsduur te berekenen en de stamrechtuitkering in te laten gaan of sneller te laten uitkeren. Op het moment dat de vennootschap geen activa meer heeft is het wel geoorloofd om het saldo van de stemrechtvoorziening te laten vrijvallen. U bent de loonheffing die over het restant van de stamrechtvoorziening afgedragen had moeten worden dan niet meer verschuldigd. De voorziening valt vrij binnen de stamrecht B.V.

Het rendement binnen de vennootschap wordt mede bepaald door de instanhoudingskosten. Vanaf € 350 exclusief btw verzorgen wij het complete jaarwerk. Vraag nu online een offerte op maat.

Wilt u een vrijblijvend advies of afkoop van uw stamrecht B.V. u een belastingbesparing oplevert? Vraag een vrijblijvend en kosteloos adviesgesprek aan en meld u hier aan.

mr. drs. J. Langkemper LL.M. RB

S.W.L. Hasselman RBc

Interesse in onze dienstverlening?

We zijn blij dat u ons bezoekt. Vul gerust het formulier in en dan neemt een vriendelijke collega contact met u op.


X
Meer interesse? Neem contact op!